• Shortcuts : 'n' next unread feed - 'p' previous unread feed • Styles : 1 2
aA :  -   + pdf Infos Unsubscribe

» Publishers, Monetize your RSS feeds with FeedShow:  More infos  (Show/Hide Ads)


Date: Thursday, 19 Apr 2012 14:30

Aanloop, sprong, smash. Het klinkt zo simpel, maar de aanval is één van de lastigst aan te leren vaardigheden in de volleybalsport, zo kan ik U als jeugdtrainer vertellen. Ook mijzelf heeft het ooit jaren gekost voordat ik het kunstje echt goed doorhad. Het probleem is dat er bijzonder veel techniek bij komt kijken, waar je tijdens de uitvoering juist niet aan moet denken. Zodra je gaat denken gaat het fout. Maar zonder denken krijg je die techniek weer niet aangeleerd. Ziedaar het vicieuze cirkeltje waar iedere beginnende volleyballer doorheen moet.

Die niet denken maar doen mentaliteit speelt in de meeste sporten een belangrijke rol. De fameuze honkbalwerper Steve Blass kan ervan meepraten. Na tien jaar lang record na record te hebben gebroken, kreeg hij in 1973 opeens geen fatsoenlijke bal meer uit zijn handen. Waarom? Omdat hij begon te denken. Hij kon er niet meer mee stoppen, en moest uiteindelijk zijn carrière vaarwel zeggen. Nog altijd wordt deze afwijking – denken tijdens de sport – de Steve Blass disease genoemd.

Maar nu wordt het interessant. Want als ik in een volleybalwedstrijd niet denk tijdens mijn aanval hoe krijg ik die bal dan langs het blok? Wat doe ik precies in die fractie van een seconde dat ik op het hoogste punt ben, vlak voordat ik de bal raak? Kies ik er bewust voor om de bal een beetje naar links of juist naar rechts te slaan? Ben ik dan niet toch aan het denken?

Misschien heeft U weleens gehoord van de experimenten van de neurofysioloog Benjamin Libet, die wist aan te tonen dat de hersenen onbewust beginnen met een door de mens gewilde verrichting: een fractie van een seconde nadat de hersenen een besluit nemen wordt een mens zich daar pas van bewust. Aha! Laat dat nou net dezelfde fractie van een seconde zijn als het moment dat ik tijdens de aanval in de lucht hang. Mijn hersenen doen dan weliswaar iets, maar ik weet van niets: ik denk niet dus ik scoor.

Sommige mensen worden knap zenuwachtig van de implicaties van de experimenten van Libet. Als er onbewust beslissingen worden genomen kan een mens dan nog wel verantwoordelijk worden gehouden voor wat hij doet? Al slaapwandelend kun je een moord plegen en worden vrijgesproken, maar zijn wij eigenlijk niet allen slaapwandelaars, met alle gevolgen van dien? Nou nee, dat denk ik niet. De meeste beslissingen worden namelijk helemaal niet in een fractie van een seconde genomen, maar gewikt en gewogen. Wij leven op een andere schaal.

Behalve dan tijdens de smash. Hetgeen toch te denken geeft. Ben ik wel verantwoordelijk voor de punten die ik maak?

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Tuesday, 17 Apr 2012 11:58

Is het bestuderen van de geschiedenis van de filosofie ook filosofie? Er zijn mensen die in zo’n geval spreken van filosofologie, en de voorgaande vraag ontkennend beantwoorden. Maar waarom vormt de geschiedenis van de filosofie dan een integraal onderdeel van de studie filosofie? Misschien helpt het om onderscheid te maken tussen de geschiedenis van de filosofie en de geschiedenis van ideeën. Daar waar de geschiedenis van ideeën vooral de nadruk legt op geschiedenis, legt de geschiedenis van de filosofie dat op filosofie. Wie zich het gedachtengoed van, zeg, een Spinoza eigen maakt en daarop reflecteert is wel degelijk bezig met het bedrijven van filosofie. Er is een verschil tussen de man in zijn tijd plaatsen, en de wereld door de bril van diens Ethica zien. Of niet?

Anders dan een harde wetenschap als natuurkunde is filosofie nauwelijks progressief. De wetenschappelijke methode heeft er weinig vat op. Filosofie is vaak niet falsifieerbaar, en daarom heeft het ene wijsgerige bouwwerk even veel (of weinig) bestaansrecht als het andere, ongeacht of het nou om nieuwbouw of een monument gaat. Ik dwaal graag door die stad, met haar grote verscheidenheid aan panden, haar straten en steegjes, maar heeft het dwalen zin? Je komt immers nergens. Och. Ik zou daar voorzichtig tegenover willen stellen: met harde wetenschap kom je niet overal. Hetgeen uiteraard te bewijzen noch te ontkrachten valt.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Wednesday, 04 Apr 2012 11:48

Mijn oren hebben het zwaarder dan mijn ogen, de laatste tijd. Dat komt omdat ik de podcast heb herontdekt, U weet wel, zo’n radioprogramma dat je kunt downloaden. Natuurlijk wist ik van het bestaan ervan, al zeker tien jaar worden er podcasts aangeboden, maar nooit eerder luisterde ik zo stelselmatig als nu. Af en toe een radioprogramma beluisteren is nog iets anders dan je abonneren op een rijtje podcasts, waardoor nieuwe afleveringen automatisch op, bijvoorbeeld, je telefoon belanden. En oh, wat wordt er toch een hoop moois gemaakt! Wat dacht U van het schitterende Radiolab, waar wetenschap, filosofie en hoorspel op een ongehoorde manier samenkomen? Of het terecht populaire This American Life, dat ware verhalen rond een thema bundelt? Of het vlaggenschip van de BBC, In our time, over cultuurgeschiedenis? Of de heerlijke discussies op The partially examined life, een filosofisch leesclubje?

Door al dat luisteren is me iets opgevallen: wat ik hoor blijft veel beter hangen dan wat ik lees. Ik vind dat nogal wat, zeker omdat ik me altijd als fervent lezer zag. Sommige radiofragmenten kan ik nog dagen later bijna woordelijk herhalen, terwijl U mij zoiets niet van een boek hoeft te vragen. Ik moest denken aan het tempo waarop ik lees, dat is niet snel, en de gedachte dat dat iets te maken heeft met subvocalisatie, de neiging om datgene wat je leest binnenshoofds hardop uit te spreken. Misschien moet ik het vooral van mijn auditieve vermogens hebben, zozeer zelfs dat ik daar ook bij het lezen op terug wil vallen. Funest voor het lezen, goed voor het luisteren. Of ben ik wat dit betreft helemaal geen uitzondering, en beklijft het gesproken woord bij iedereen beter dan het geschreven woord? Als dat zo is dan wordt het belang van boeken behoorlijk overschat, of het belang van podcasts onderschat, zo U wilt. Een kleine revolutie in het onderwijs, wie weet. Ik hoor mogelijkheden.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Tuesday, 03 Apr 2012 10:12

Een week geleden plaatste Ramsey Nasr een stuk in de krant over de normloosheid van dit land. Een paar dagen later komt Frits Abrahams in zijn column tot de conclusie dat hij niet ziet wat Nasr ziet, maar daarentegen ‘een land waarin ik omringd word door talloze mensen van goede wil en met een normaal ontwikkeld normbesef’. Ieder tijdvak kent deze discussie, en het doet er eigenlijk niet zoveel toe wie er nou gelijk heeft: het is maar hoe je het bekijkt. Waar het huidige tijdvak zich wél in onderscheidt is het aantal manieren waarop je kunt kijken. Dat aantal is groter dan ooit, en daarom is het tegenwoordig makkelijker om het met elkaar oneens te zijn. Men heeft het namelijk niet vanzelfsprekend over hetzelfde.

Ieder mens heeft een beeld van de wereld. De contouren van dat beeld worden in belangrijke mate door de media geschetst. Een eeuw geleden was daar de krant. Men kon discussiëren over het nieuws, maar men had het in ieder geval over hetzelfde nieuws ‘van een onzer verslaggevers’. Inmiddels heeft iedereen zijn eigen krant, met zijn eigen verslaggevers en zijn eigen nieuws, die we voor het gemak maar even het internet zullen noemen. Ik ben ervan overtuigd dat mijn internet het Uwe niet is.

Laten we eens kijken hoe dat er nou uit ziet, dat internet van mij, en waarom ik denk dat dat het Uwe niet kan zijn. De belangrijkste poort waar ik sinds jaar en dag gebruik van maak laat zich samenvatten in drie letters: RSS. Op moment van schrijven ben ik geabonneerd op 282 feeds. Dat lijkt belachelijk veel, maar daar zitten uiteraard ook veel ‘slapende’ sites tussen. Schrikbarender is wat de statistieken mij vertellen: “Sinds 13 juni 2008 heeft U in totaal 71.205 items gelezen.” Het is in ieder geval duidelijk dat de methode RSS voor mij niet van enig belang gespeend is, al ben ik momenteel bezig een en ander af te bouwen. De kans dat U precies dezelfde 282 feeds leest als ik lijkt me hoe dan ook verwaarloosbaar. Feit blijft dat dit mijn wereld kleurt: RSS is mijn zelfgeblazen bubble. Natuurlijk is er meer. Zo mag ik graag verdwalen in het labyrint van reddit, met zijn obscure subreddits waar de meest fantastische discussies worden gevoerd. Of MetaFilter en AskMeFi, ook planeten op zich, van waaruit ik weer verder reis, de ruimte in.

Wat mij de laatste tijd opvalt is dat ik bepaalde sites bewust niet meer lees (buiten de sites die ik niet eens kan lezen zonder er onpasselijk van te worden). Het zijn vooral de sites die Ramsey Nasr in min of meerdere mate gelijk geven, ofwel door hun platheid ofwel door het wijzen op die platheid. Ik weet van het bestaan van de rotte kern, maar zie er het nut niet meer van in om me te verdiepen in de normloosheid van anderen. Ik heb mijn handen vol aan het op de hoogte blijven van alles wat me werkelijk interesseert. Al heeft Nasr gelijk, ik zie de wereld liever als een Abrahams. Dat is een keuze, misschien naïef.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Wednesday, 22 Feb 2012 15:59

De meisjes, nog steeds verhit, verstommen als ik ze met een ratelend rolkoffertje passeer. Zij komen net uit de kroeg, ik uit bed. Het is zondagochtend vier uur als mijn leven voor één seconde het hunne raakt. Ik kijk, maar zij kijken meer. Ik voel me zo licht als bevroren rook. Dan vervolg ik mijn weg over de kasseien. Vijf minuten later stokt het gerakketak, en open ik de achterklep van mijn auto. Ik slinger het koffertje naar binnen, mezelf erachteraan. “Daar gaan we”, hoor ik mij zeggen, vlak voordat ik de contactsleutel omdraai.

In de binnenstad heeft niemand zijn, of iedereen andermans auto voor de deur, vandaar mijn korte tocht door het nachtleven. Via een doolhof van eenrichtingsstraatjes rij ik het centrum uit, de dag in. De zon belooft straks op te komen, en ik geloof haar op haar woord, maar het blijft natuurlijk afwachten. Door de polder richting snelweg lijkt de belofte nog ver. Mijn koplampen prikken door de ochtendmist. Ik slinger door verlaten weideland.

“Ik kom wel even langs”, had ik hem gezegd, toen ik hoorde dat hij daar alleen zat. Het leek in eerste instantie een krankzinnig plan. Terwijl ik de lege snelweg oprij, lach ik. Om het plan, en om de uitvoering. En misschien ook wel uit een gevoel van euforie door het besef dat eigenlijk alles kán, een besef dat me weleens wil ontschieten de laatste tijd. Ik ben moe en klaarwakker. De wereld komt anders binnen als je maar een paar uur hebt geslapen, en daar wil ik niks van missen. Wordt het al lichter? Bijna.

Na een half uur stilte wil ik geluid. Voor de gelegenheid heb ik wat muziek op- en meegenomen, met name twee CD’s van ene Burial, een Britse kluizenaar, die ik alleen van horen zeggen ken. Niet vreemd ook, want in hoeverre kun je een kluizenaar kennen? Hoe dan ook, niet alleen de persoon maar ook zijn muziek is mij onbekend, en met de spanning van de eerste keer start ik zijn gelijknamige debuutalbum. Binnen tien minuten weet ik helemaal niets meer zeker, behalve dan dat er absoluut geen betere soundtrack denkbaar is voor deze dollemansrit dan precies deze begrafenismuziek. Shock and awe.

Ik stop bij een benzinestation, tank en koop een blikje Monster Energy, wetende dat ik nog wel even heb te gaan. Weer op de weg zie ik de zon dan eindelijk opkomen. Ik raas door de Flevopolder, de muziek wiekt als de windmolens, mijn hoofd klopt van de cafeïne en ik zie visioenen van steegjes vol verhitte meisjes met rolkoffertjes. Emmeloord, Lemmer, Heerenveen. Met de kilometer word ik jonger.

Ruim op tijd kom ik aan in Holwerd. Ik bestel een kop koffie met een gevulde koek, en ga zitten, wachten op de boot. De zon schittert op het water. In het gekrijs van de meeuwen hoor ik een slotakkoord. Ik kwam van ver, maar ik ben er.

Als ik een uur later voet op Ameland zet word ik verwelkomd door een enorme glimlach met twee fietsen aan de hand. Ik omhels hem, innig, niet in staat te vertellen wat ik onderweg verloren heb.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Sunday, 29 Jan 2012 19:08

In een bescheiden kamertje op de dertiende verdieping van een gebouw dat tot in de hemel reikt slaakt Marinus Lichtval vanachter zijn bureau een diepe zucht. En, hoewel hij het ook zelf wat pathetisch vindt, nóg een. Even houdt hij zijn adem in. Dan staat hij resoluut op, en beent driftig naar de printer op de gang. Op een drafje, bijna. Voordat hij ter plekke is ziet hij het resultaat van zijn printopdracht al uit het apparaat gespuugd worden. Marinus Lichtval kijkt schielijk om zich heen, maar ziet niemand die hem ziet. Hij grist het blaadje van de machine, en verdwijnt zo snel als hij gekomen was. Eenmaal terug in zijn kamertje, de deur gesloten, kost het hem enige tijd voordat zijn hart weer is bedaard.

Dit akkefietje heeft niets met zijn werk van doen, en daar voelt hij zich een beetje schuldig om. Bovendien is het een kleurenprint die hij juist maakte, en daarmee wel acht keer zo duur als een gewone. Zou er iemand zijn die alle printopdrachten controleert? Snel drukt hij de gedachte weg. Dan kijkt hij naar het plaatje, en een zekere opwinding maakt zich van hem meester. Wat is dit toch prachtig!

De 850 meter lange dam die op deze luchtfoto te zien is werd door enkele generaties bevers aangelegd, en ze zijn nog steeds niet klaar. Marinus Lichtval kan het nauwelijks bevatten. Wie is de opzichter van dit gigantische project? Welke visionaire geest is hier ooit, midden jaren zeventig, aan begonnen? Het is niet alleen verwondering wat hem treft, maar ook ontroering. Hier, op dit plaatje, ziet hij iets wat hij zich eigenlijk niet kan heugen ooit gezien te hebben. Noch in dit bedrijf, noch in dit land. Vanaf de dertiende verdieping heeft Marinus Lichtval dan wel een fantastisch uitzicht, maar aan visie ontbreekt het, in alle opzichten.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Tuesday, 10 Jan 2012 15:48

“Kom, laat ik ook eens een keer sociaal doen”, dacht ik een maand of wat geleden, volkomen tegen mijn aard in. Mijn angst voor Faceboogle hield mij tot op dat moment verre van iedere vorm van sociale media. Maar ik vond iets anders waarmee ik veilig dacht te kunnen ontsnappen uit mijn isoleercel. Diaspora werd zo’n anderhalf jaar geleden door vier studenten bedacht en opgetuigd. Nu ja, van de vier zijn er inmiddels nog maar twee over, en de piek staat nog steeds niet op de boom, maar als je je ogen half gesloten houdt is het allemaal net echt. Het netwerk kent inmiddels zo’n driehonderd duizend gebruikers. Anders dan andere sociale netwerken is Diaspora niet gecentraliseerd, en daarmee is jouw data niet in handen van de een of andere Mark Zuckerberg, maar (in principe) van jezelf. Daarnaast is het op Diaspora wél mogelijk om onder pseudoniem te publiceren. De privacy-vriendelijkheid van dit netwerk sprak me aan, en het leek me een uitgelezen kans om te onderzoeken wat ik nou eigenlijk had gemist.

Ik las toen juist een boek van Douglas Rushkoff, getiteld ‘Program or be Programmed: Ten Commands for a Digital Age’. In mijn geval grotendeels een preek voor eigen parochie, op één stelling na die mij bij lezing de wenkbrauwen lichtelijk deed fronsen. In het hoofdstukje over sociale media beweert Rushkoff: the content is not the message, the contact is. Wie gepokt en gemazeld is in de sociale media zal hier misschien niet van opkijken, maar het feit dat dit zinnetje mij raakte zegt veel over de hoop en verwachtingen die ik onbewust toch had, en die ik nu de grond in geslagen zag. Als het niet om de inhoud gaat, dan heb ik dus blijkbaar helemaal niks gemist! Het mysterie werd er niet minder om, want waarmee houden de miljard mensen op al die sociale netwerken zich dan wel onledig?

Nadat ik op Diaspora een account had aangemaakt, probeerde ik in eerste instantie de kat uit de boom te kijken. Ik las wat in het wilde weg, klikte her en der, volgde een aantal #hashtags, maar begreep al snel dat ik zo’n sociaal netwerk nooit volledig zou kunnen begrijpen als ik niet ook zelf participeerde. De kat bleef zitten. Aangezien ik op Diaspora helemaal niemand kende had het geen zin om een berichtje te delen anders dan met iedereen. Met het hart in de keel klikte ik, nadat ik iets als ‘Hello world’ geschreven had, op share in public. Binnen de kortste keren kreeg ik een reactie, en daarna nog een. Dat ging makkelijk! Het smaakte naar meer, en ik besloot daarop een ‘echt’ stukje te schrijven, zoiets als hier op mikzlog, zij het dan in het Engels. De reacties tuimelden binnen, en ik werd zowaar voor het eerst in mijn leven geliked. Het gevoel en het enthousiasme dat me toen beving doet me nog het meest denken aan de begintijd van mijn weblog. Ik begon aan nog een stukje.

En zo dompelde ik me gedurende een week of wat in dit sociale bad, dat ik tot mijn eigen verbazing aangenaam warm vond. Tot ik er plots uitstapte, me afdroogde, en het gespartel van een afstandje bekeek. De hele exercitie was begonnen als onderzoek, en dus werd het tijd om dan ook eens tot conclusies te komen. Naast het warme water waren er ook zaken die mij minder zinden. Had ik al die tijd nou werkelijk wat gemist? En had Rushkoff gelijk? Nee en ja. Met wat kanttekeningen. Ik gebruikte Diaspora als platform om stukjes te publiceren. En dát voegt dus hoegenaamd niets toe aan de mogelijkheden die ik op mijn weblog heb. Sterker nog, ik kan hier veel meer, want ik ben eigen baas. Waar ik mij daar moest voegen naar de mores van het sociale netwerk, schrijf ik hier die mores zelf. Om maar eens een sullig voorbeeld te geven, op Diaspora werden mijn stukjes automatisch ‘ingeklapt’ als ze te lang waren. Iets waar ik me gruwelijk aan ergerde, vooral omdat het buiten mij om besloten werd. Ik danste naar andermans pijpen. I was being programmed.

Daarnaast, hoezeer een sociaal netwerk ook zegt privacy-vriendelijk te zijn, je geeft hoe dan ook wat weg. Diaspora is een netwerk dat bestaat uit zogenaamde pods, servers met daarop een x aantal gebruikers. Die pods communiceren onderling, en zo kunnen ook de leden van de ene pod met de leden van een andere pod communiceren. Tenzij je een eigen pod beheert (hetgeen in theorie mogelijk is), ben je afhankelijk van de nukken van de eigenaar van jouw pod. En jouw data staat op zijn server. Je kunt domweg niet precies weten wat daarmee gebeurt. Toegegeven, ten opzichte van Facebook is Diaspora een ware verademing, maar het is nog altijd minder dan een eigen website.

Wat mij wél beviel, en meer dan ik verwacht had, was de interactie, zeg maar the contact. Rushkoff had daar dus wel degelijk een punt. Ik kon al blij zijn met een like van iemand, zelfs als daar verder geen reactie meer op volgde. Nu, met de handdoek aan de kant, zie ik ook wel in dat dat op zijn minst tamelijk merkwaardig is. Wat heb je aan een lullig plaatje van een handje met een duimpje omhoog? Of, zoals bij Diaspora, een hartje? Toch was het dat waar het de meesten om ging, hetgeen resulteerde in heel veel korte, onzinnige postjes met een ‘grappig’ gifje, of een snelle reshare van andermans werk. Opdat ze maar geliked werden. Mijn stream (of tijdlijn) werd hierdoor niet om aan te zien. En toch … ik begreep wat er gebeurde, en waarom het gebeurde.

De kracht van een sociaal netwerk als Diaspora ligt voor een groot deel in het gemak. Het is een spel met vaste regels waar iedereen zich aan houdt (lees: moet houden). Zo kreeg ik er notificaties van al mijn bezigheden. Reageerde er iemand op mijn reactie op een postje van weer iemand anders, dan kreeg ik een notificatie. Een gesprek kan op die manier heel lang voort blijven gaan. Handig. Maar voegt dit dan zo veel toe? Niet voor mij. Als ik ergens van op de hoogte wil blijven, dan regel ik dat het liefst zelf. Ik schrijf er desnoods een scriptje voor. Program or be programmed. Anders dan het gros der netizens haal ik mijn lol uit het eerste.

Ik zal een sociaal netwerk als Diaspora in de toekomst niet per se mijden. Al is het maar om af en toe eens geliked te worden. Waar ik mij echter meer dan ooit bewust van geworden ben is dit: het allerbeste, niet-gecentraliseerde, privacy-vriendelijke, sociale netwerk is nog altijd weblogland. Het is jammer dat zo weinigen dat beseffen.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Monday, 02 Jan 2012 20:12

Met enige regelmaat pas ik een dag op mijn kleine neefje, inmiddels twee en een half jaar oud. Na een ochtend verhaaltjes vertellen, hutten bouwen, stoeien, bootjes kijken en beenhangen vind ik dat ik zelf wat rust heb verdiend en zet ik het mannetje even voor de ‘tevisie’. Gaan we samen kijken naar wat daar nu weer te beleven valt. Met Baby TV heb ik aan hem geen kind meer. Echter, zelf word ik er wat onrustig van.

De ietwat debiele filmpjes die daar 24 uur per dag worden vertoond halen het niet bij de avonturen die wij zopas zelf hebben beleefd, en binnen vijf minuten zit ik me naast hem te vervelen. Opeens heb ik een idee, en ik stel mijn neefje voor om eens wat anders te gaan kijken. Hij vindt het best.

Al jaren heb ik op DVD een tekenfilmserie klaarliggen, die ik zag toen ik zelf nog een dreumes was. Vreselijk spannend vond ik die. Ofschoon ik wel wat ouder was dan twee en een half toen ik de serie zag denk ik dat het geen kwaad kan om er nu samen naar te kijken. Mijn neefje zal kunnen genieten van de kleurige plaatjes terwijl ik mijn eigen jeugd herbeleef.

De eerste aflevering heeft een vliegende start. In luttele minuten wordt de geschiedenis van het leven uit de doeken gedaan, van Big Bang tot aan de dinosauriërs, inclusief concepten als natuurlijke selectie en survival of the fittest. “De natuur is niet zacht voor de zachtmoedigen”, orakelt de commentaarstem, terwijl een Allosaurus zich tegoed doet aan een Stegosaurus. “Haha, hij eet ‘m op”, zegt mijn neefje, en ik trek wit weg.

“Waar ben ik in vredesnaam mee bezig?”, vraag ik mezelf af, terwijl ik naar de DVD-speler loop. Nooit eerder was ik me zo bewust van het effect van mijn handelen op een jochie zoals hij. Met mijn onschuldige tekenfilmpje ets ik bloederige beelden in een kinderziel. Ik word er acuut onpasselijk van. “We gaan weer wat anders kijken”, zeg ik hem. “Ja”, zegt hij. En het volgende moment kijken we samen weer Baby TV. Hij vindt het best.

Ik koos er in dit geval bewust voor om niet verder te tekenen op het onbeschreven blad dat mijn neefje is. In andere gevallen doe ik dat juist weer wel. Het is een verwarrende verantwoordelijkheid, als je er zo bij stil staat. Vroeg of laat komt hij toch alles wel te weten. Wie ben ik om het beste moment te bepalen?

Later moest ik hier nog eens aan denken toen ik las over de Russische filmmaker Victor Kossakovsky, die zijn zoontje twee jaar lang van iedere spiegel weg hield. De film Svyato laat de allereerste ontmoeting van het jongetje met zijn spiegelbeeld zien. Het zijn uiteraard adembenemende beelden van een van de meest ingrijpende ervaringen in een mensenleven: de eerste confrontatie met je zelf. Mijn primaire reactie was er echter een van verontwaardiging: hoe haalt die idioot het in zijn kop om zijn zoontje twee jaar lang zijn eigen spiegelbeeld te ontzeggen? En waarom? Misschien krijgt dat kind er later wel last van. Nou zal dat laatste wel meevallen, maar toch, papa bepaalt hier maar mooi even wat zijn zoontje (niet) te zien krijgt. En dat vond ik eigenlijk maar niks.

Mijn neefje herkent zichzelf, hij kent zijn spiegelbeeld. Maar hij kent ook nog zoveel dingen niet. Hij spiegelt zich niet alleen in een spiegel, maar ook aan de wereld. En daar is niet alles even mooi. Hoe lang mag je hem daarvan weghouden? Mag dat sowieso wel? Ik weet het niet. Ik weet niet goed raad met de eindigheid van een onbevangen blik.

Over vijf jaar nog maar eens proberen …

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Wednesday, 14 Dec 2011 11:01

Op een dag werd ik wakker met drie armen, twee handen en een stompje. Dat was wel even schrikken, zo op de vroege ochtend. Voorzichtig bevoelde ik het stompje. Het deed eigenlijk helemaal geen pijn. Integendeel, zelfs. Maar wat moet je met zoiets? Na ampel beraad besloot ik er een handje op te laten zetten. En nu kan ik heel hard zwaaien.

Daaaag!

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Thursday, 24 Nov 2011 11:01

Het is midden in de nacht en ik kan niet slapen. Ik draai en woel, totdat ik het helemaal zat ben, en doe wat ik in zo’n geval wel meer pleeg te doen: ik grijp naar mijn telefoon. Mijn licht in het donker. Als mijn ogen eenmaal gewend zijn aan de felheid van het ding kijk ik, diep onder de dekens, YouTube filmpjes. Tot de slaap erop volgt.

Hoe ik er precies terecht gekomen ben weet ik niet meer, maar op een gegeven moment bevind ik mij in Noord-Korea. Ik kijk door de ogen van twee Nederlandse documentaire-makers, terwijl een gierende verbijstering zich van mij meester maakt. Rustig slapen kan ik deze nacht wel vergeten.

Vanaf dat moment wil ik alles weten over dit krankzinnige land en wat er nou precies gebeurt. Ik bekijk alle filmpjes over Noord-Korea die er op YouTube te vinden zijn, maar word niets wijzer: ieder filmpje bevestigt het beeld dat ik al had. Mijn verbijstering wordt er niet minder om. Ik krijg slechts te zien wat ik van de DPRK mag zien, maar de leugen ligt er wel heel erg dik bovenop.

De volgende morgen ga ik op zoek naar een boek. Dat YouTube mij niet precies kan vertellen hoe de 24 miljoen mensen die in Noord-Korea wonen de dag doorkomen wil ik wel geloven, maar iemand zal de waarheid toch zeker wel geboekstaafd hebben? Na enig speurwerk vind ik Barbara Demicks Nothing to Envy, en ik besluit dat ik dat boek wil hebben.

Op het moment dat ik bij bol.com wil afrekenen aarzel ik, en kijk ik toch nog even bij de buren. En jawel, hetzelfde boek blijkt bij amazon.de bijna twintig procent goedkoper, en wordt nota bene twee keer zo snel en zonder verzendkosten geleverd. Nu ik begrijp waar bol.com de mosterd haalt, bestel ik ook zelf een exemplaar in Duitsland.

Twee dagen later ben ik in Demicks boek verdiept als mijn telefoon trilt. Mail. Van Amazon. Of ik misschien niet nóg een boekje over Noord-Korea wil lezen. Wel zes titels hebben ze in de aanbieding. Met een zucht van gelatenheid zet ik mij achter mijn computer om mij te ontdoen van deze spam. Eenmaal ingelogd op de site van Amazon zie ik alleen maar boeken over Noord-Korea. Ik pas mijn profielvoorkeuren aan, zodat ik op z’n minst van mail verschoond blijf, maar amazon.de zal voor mij nooit meer hetzelfde zijn.

Wat een wereld. Ik denk aan het oeroude idee dat we deze wereld, de échte wereld, met geen mogelijkheid volledig kunnen kennen. Dat onze zintuigen, ons kenvermogen, ons altijd beperkingen oplegt. Hooguit kunnen we iets zeggen over de wereld die we zien, die we ervaren. Ik had er nooit zo bij stil gestaan dat de DPRK, net als Amazon, mij even hard beperkingen oplegt. Ten goede of ten kwade, wat ik zie wordt buiten mij om bepaald.

Personalisatie, noemen ze dat, online. Van alle kanten, van Amazon tot Google, wordt het internet inmiddels op mij afgestemd. Mijn book recommendations zijn anders dan de Uwe. Mijn zoekresultaten ook. Het internet, het échte internet, wordt met de dag minder zichtbaar. Ik troost me met de gedachte dat ik het echte internet ooit wel heb gekend. En dat dat iets is wat niemand in Noord-Korea kan zeggen.

Fantastisch boek trouwens, van Barbara Demick.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Neverland   New window
Date: Tuesday, 09 Aug 2011 14:17

Er komt een tijd, zo ergens tussen quarter- en midlife, dat je het allemaal wel best vindt. Niet dat je helemaal niks doet, verre van dat. Je ziet alleen de noodzaak niet meer om alles ook nog eens vast te leggen. En wanneer je niet aan vastleggen doet, lijkt het achteraf gezien net alsof er niets gebeurd is. Er zijn meer redenen te bedenken dat ik dit jaar aan een wel heel schamel gemiddelde van nog geen één stukje per maand kom. Hoe dan ook, ik ben van zins om dat ‘nog geen’ weg te werken en er alsnog ten minste één van te maken! Een mens moet nooit te bescheiden zijn in zijn doelstellingen. Bovendien ben ik juist opgefrist van een vakantie.

“Laat ik Ludi eens opzoeken,” dacht ik, toen ik twee weken terug in de Beierse Alpen bivakkeerde, “ik ben er nu toch.” Zo gedacht, zo gedaan. Dus ik kloppen op de massieve voordeuren van Slot Linderhof, zomerverblijf van koning Ludwig II van Beieren. Niemand thuis. “Da’s kras”, mompel ik en ga achterom, alwaar ik mij door een klein raampje het paleis in wurm. Ik hoor niets dan mijn eigen stappen op het parket als ik van kamer naar kamer loop. Een marmeren Louis XIV ziet mij gaan maar geeft geen kik.

Wat ik toen niet wist, maar nu wel, is dat Ludwig II inmiddels alweer 125 jaar geleden het tijdelijke met het eeuwige verwisselde. Mijn midlife crisis zal naar ik hoop in de schaduw van de zijne staan, want ouder dan 41 werd hij niet. Ludi was mensenschuw, en in Slot Linderhof heeft hij nooit iemand ontvangen. Hij sliep overdag en leefde ‘s nachts, in zijn zelf geschapen sprookjeswereld.

Ik buk voor kroonluchters van glas, ivoor en Meissner porcelein, loop door de slaapkamer, met daarin een bed zo groot dat je er met wel zes prinsessen tegelijk in zou kunnen slapen, en beland uiteindelijk in de Spiegelkamer, waar ik net als mijn adem stok. Het is hier waar Ludwig II in de kleine uurtjes mijmerde, alleen, in het licht van de oneindige reflectie van een flakkerende kaars. “Wat een verkwisting”, schiet er door mij heen, als ik de puissante rijkdom op me laat inwerken. “Kan één enkel mensenleven zoveel waard zijn?”

Daar in de Alpen was ik compleet verstoken van internet, en die week kreeg ik dan ook niets mee van het drama dat zich een kleine 2000 kilometer ten noorden van mij voltrok. Hoeveel een mensenleven nou precies waard is weet ik nog steeds niet, maar het kan natuurlijk nooit geofferd worden voor een idee. Alleen al omdat zo’n idee weleens onjuist zou kunnen zijn. Toen ik bij thuiskomst de kranten las stemde de gedachte dat de jongeren die op Utøya het leven lieten nauwelijks de kans hebben gehad om überhaupt iets van hun denkwereld vast te leggen, zo jong als ze waren, mij diep treurig.

Op het eind van zijn leven werd koning Ludwig II van Beieren door de regering onbekwaam verklaard en afgezet. De officiële reden was dat men gezien zijn gedrag dacht dat hij krankzinnig geworden was, maar goed, wat kun je ook met een koning die niets van leger en oorlog moest hebben? Die zijn ideeën slechts in de Spiegelkamer voor zijn eigen geestesoog wilde ontvouwen?

Hoe anders dan Ludwigs lethargie is de daadkracht van onze eigen Wilders! God schiep de wereld, maar hij een klimaat. Verder lezend in het stapeltje kranten dat ik na mijn vakantie op de deurmat trof bleek Wilders opeens zijn steentje aan de slachting op Utøya te hebben bijgedragen, door het scheppen van een klimaat van haat. Tamelijk onzinnig, als U het mij vraagt. Wilders heeft iets veel monsterlijkers geschapen, namelijk een klimaat waarin ideeën niet meer worden onderzocht.

Soms heb ik het gevoel dat ik de wereld steeds minder begrijp. Een weldenkend mens onderbouwt wat hij zegt, luistert naar tegenargumenten en herziet zonodig zijn ideeën. Wilders doet niets van dat al. Het ligt er allemaal zo dik bovenop, en toch wordt iemand als hij niet door de regering onbekwaam verklaard. Arme Ludi.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Monday, 23 May 2011 14:49

“Of ik misschien niet een klein beetje autistisch ben”, vroeg ik aan wat vrienden, behalve aan mijn broertje, want die heeft ervoor doorgeleerd, en zijn antwoord zou mij weleens onaangenaam kunnen verrassen (U ziet, ik ben dan misschien niet autistisch, maar daarom nog niet dom). Mij werd verzekerd dat ik me daar vooral geen zorgen over moest maken, ik zou “best wel normaal” zijn, en een aardige jongen bovendien. Gerustgesteld door deze woorden sloot ik me weer op in mijn eigen wereld om me daar als vanouds te verliezen in één van mijn vele projectjes. U moet weten dat mijn leven een aaneenschakeling is van “ideeën die nog uitwerking behoeven”. Ben ik niet bezig met de uitwerking van het ene idee, dan wel met het verzinnen van een ander. Normaalgesproken werk ik aan een handvol ideeën tegelijkertijd, die ik “mijn projectjes” pleeg te noemen. Als het meezit, en dat is niet altijd het geval, weet ik zo’n projectje nog af te ronden ook. Hoe dan ook, het is nooit rustig in mijn hoofd.

Ik betwijfel of de wereld buiten de mijne er ook beter van wordt, van al die projectjes, vandaar dus de vraag die ik niet aan mijn broertje durf te stellen. Om de ernst van de situatie te illustreren gun ik U een kijkje in mijn hoofd. Eén van mijn laatste projectjes betreft de oplossing van een probleem dat mij al lange tijd dwarszit: ik kan niet tegen mijn verlies. Zo nu en dan wil ik ter ontspanning op het internet nog wel eens een partijtje snelschaak spelen. Stelt U zich daarbij een bedenktijd van 5 minuten per speler per partij voor. Hoeveel potjes ik wel niet in gewonnen stelling verloren heb omdat ik door mijn vlag ging! Bah. De oplossing lijkt simpel: sneller spelen. Maar hoe doe je dat? Welnu, een spel als schaken doet in eerste instantie een beroep op het al dan niet gezonde verstand. Daarnaast, en daar komt het, valt er een beperkte set steeds terugkerende patronen te onderkennen. Wie die patronen ‘ziet’ hoeft er niet meer over na te denken, en dat scheelt tijd. Snelschaken blijkt voor een belangrijk deel domweg patroonherkenning, en dat valt te trainen.

Toen ik dit eenmaal doorhad besloot ik stellingen te gaan verzamelen, zoals een lepidopterist vlinders. Met een netje ving ik de wekelijkse opgave in de zaterdagkrant, ik joeg in de buurt van iedere vlinderstruik die ik op het internet kon vinden, uit mijn eigen partijen destilleerde ik de meest interessante posities, en zo kwam ik tot een verzameling van tientallen, honderden en uiteindelijk zelfs duizenden stellingen. Ik ontwierp een methode om die stellingen op te slaan in een database, en ik bouwde er een website omheen, die het mogelijk maakte om mijzelf te hersenspoelen. Oefenen, oefenen, oefenen, dat is al wat mij nu nog rest. En daar blijf ik steken. Want er zijn nog zoveel meer projectjes! Ik moet mijn achtste taal nog leren. En het getal π. Tot 42000 cijfers achter de komma …

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Tuesday, 17 May 2011 15:14

Op de valreep schafte ik mij een nieuw paspoort oude stijl aan, dat wil zeggen een exemplaar waarvoor ik mijn vingerafdruk niet hoefde achter te laten. Het paspoort dat ik had was weliswaar nog een heel jaar geldig, maar ik wilde de database niet in. Ik zie mezelf nog staan in de rij voor het loket van het stadskantoor. Er werd gestunteld met een apparaatje dat vingers at. Er werd gelachen toen het wéér niet lukte, en iemand voor een derde poging moest. Toen ik aan de beurt was vroeg ik om een paspoort zonder vingerafdruk. De dame achter de balie keek mij vragend aan. Dat ik er niet zoveel vertrouwen in had, mompelde ik ongemakkelijk. Het voelde alsof ik een feestje bedierf. Mevrouw liet haar wenkbrauwen zakken, haalde haar schouders op en gaf mij een formuliertje dat ik in moest vullen. Een week later kon ik mijn paspoort ophalen.

Inmiddels zijn we bijna twee jaar verder. Zes miljoen vingerafdrukken op honderden computertjes in gemeentehuizen her en der. Het groeiende besef dat het bij nader inzien misschien toch niet zo’n heel goed idee was om dit alles centraal op te willen slaan. Uitstel en hopelijk afstel. Eigenlijk zou ik er blij mee moeten zijn, maar het voelt allesbehalve als een overwinning. Ik voel me eenzaam. De man van zes miljoen voelt zich alleen.

Eenzaamheid is niet van deze tijd. Wie alleen is heeft dat toch een beetje aan zichzelf te wijten. Iedereen kan tegenwoordig vrienden maken. Behalve ik. Net als bij het stadskantoor lukt het me niet om me bij Facebook te registreren. Vier miljoen Nederlanders kunnen dat wel, als het er inmiddels al niet meer zijn. De vind-ik-leuk-knoppen vermenigvuldigen zich als pestpokken over het internet. Het zijn de ogen van Facebook, en ze zien alles. Ook mij. Ik vind dat eng.

En tegelijkertijd wil ook ik leuk gevonden worden. Erbij horen. Iemand zijn. Maar als je niet vertelt wie je bent kun je ook geen vrienden maken. Da’s logisch. Het probleem is nu dat ik U wel wil vertellen wie ik ben, maar Facebook niet. En eigenlijk zeg ik daarmee dat de zevenhonderd miljoen Facebook gebruikers het mis hebben. Tussen hen en mij gaapt een diepe kloof. Zij zien mij noch mijn probleem. En óf dat eenzaam voelt.

Maar waarom wil ik Facebook niet vertellen wie ik ben? Omdat Facebook het weer aan anderen vertelt. Niet in mijn woorden. En niet alleen aan U. Facebook is de roddeltante van de straat. Ik mag haar niet, en ik vertrouw haar niet. Desondanks heeft ze iets aantrekkelijks, zoals wel vaker met foute vrouwen. Als fenomeen boeit ze me, maar als vriendin stoot ze me af.

China en India zijn qua inwonertal vooralsnog de twee grootste landen ter wereld. Met mijn nieuwe paspoort oude stijl kom ik er nu nog binnen. Facebook is nummer drie. Zonder profiel geen toegang. Ik vrees de toekomst.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Thursday, 17 Feb 2011 16:01

Wat is het toch fijn om een tijdmachine te hebben! Ik ben zo blij niet honderd jaar eerder geboren te zijn, toen men er alleen nog maar van kon dromen dat zo’n apparaat er ooit zou komen. Iedere ochtend reis ik naar de toekomst, en iedere avond keer ik weerom. Ik woon op 30 kilometer van het jaar 2011, waar ik werk. Eenmaal thuis bijt ik in het stof der eeuwen, en leef ik mijn leven als was het altijd gisteren. God is nooit verdwenen uit het stadje waar ik woon, en dat doet deugd, want ik zie Hem graag.

Om U een beeld te geven knipte de heer E.C. Rahms in 1877 een foto van de IJsselkade, op een steenworp afstand van mijn huis. Er is niet veel veranderd. De Klomp, het stoombootje op de voorgrond dat destijds een passagiersdienst naar Gouda onderhield, ligt er weliswaar niet meer, maar de kerk, een groot aantal huizen en vooral de sfeer is precies gelijk aan die van toen. En zelfs aan die van vóór de uitvinding van het fototoestel. Maar of de heer Rahms dat wist? Pas achttien jaar later schreef H.G. Wells De Tijdmachine.

Vorige week deed ik zelf een poging om die tijdloze sfeer te vangen. Ik begaf me naar de plek waar de heer Rahms ooit gestaan moet hebben, en fotografeerde de kade. Ik deed dat niet op precies dezelfde manier als hij, maar met een wat modernere techniek: driemaal maakte ik een foto, driemaal paste ik de belichtingstijd aan. De foto’s voegde ik (of beter gezegd mijn computer) samen tot een afbeelding met hoog dynamisch bereik, zoals dat heet. Het resultaat is, als U het mij vraagt, bijna nog negentiende-eeuwser dan de opname van Rahms.

Ik kan me goed verliezen in dit beeld, en alle historie die erin besloten ligt. De veertiende-eeuwse toren van de St. Michaëlskerk is hier in volle glorie te zien. En de zeilboot voor de kerk, hoe lang ligt die er niet? Rahms zag hem ook al. En op nummer 5, het ‘huis met de trapjes’, vinden we het kantoor van rederij Schutte uit Aart Luteyn, een inmiddels vergeten boek van Herman de Man uit 1937. Ook hij zal ooit op deze plek, waar E.C. Rahms en ik onze plaatjes schoten, gezeten hebben, mijmerend over een verhaal dat wellicht de toekomst zou trotseren.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Nescio   New window
Date: Monday, 10 Jan 2011 16:28

Titaantjes waren we – maar aardige titaantjes. Vier jaar na dato treden we in het voetspoor dat we nalieten in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Geen hemelhuil vandaag. De winterzon verblindt. Elke stap brengt ons dichterbij zee, en verder van toen. Wat hebben we al niet willen opknappen. We zouden hun wel eens laten zien hoe ‘t moest. Nu weten we beter. Tussen hemel en ons heerst de middelmaat, wij niet. Laten zien is niet genoeg, een mens moet schreeuwen om gehoord te worden. Hij komt niet ver met blinde fluister. We kijken elkaar zwijgend aan. Naïef waren we. Wat zijn we inmiddels enorm gegroeid.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Friday, 07 Jan 2011 13:07

De koude, snijdende wind die momenteel door het land waait is zeker niet mijn laatste reden om weer diensten te gaan draaien in deze schuilkerk. Ik vlucht voor de beeldenstorm die buiten woedt, en ben tegelijk dankbaar voor Uw gezelschap. “Ben ik nou gek?”, heb ik mij vaak genoeg afgevraagd bij het horen van alweer een absurd idee dat ‘onze’ regering ten uitvoer wil brengen. Hier, met U, kan ik tenminste zeggen: “Zijn wij nou gek?” Het is een schrale troost. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat in een land als het onze zoiets fundamenteels als het belang van kunst ter discussie staat? Of nou ja, discussie ..

Ik ben verzot op beelden, en daarom bang voor deze storm. Dus wat heb ik de afgelopen week gedaan? Ik heb zoveel mogelijk beelden veilig gesteld, opdat ze niet in handen van die ketters vallen. Het was me een hels karwei, maar het resultaat is er dan ook naar. Aan U durf ik het met een gerust hart te laten zien, want ik weet zeker dat U begrijpt. Fijne bijkomstigheid is dat Uw weekend alleen al met het bekijken van deze beelden op een aangename wijze is gevuld. Laat de krant maar rechts liggen. En vergeet U niet om, wanneer U deze Schilderijententoonstelling bezoekt (de muziek van Moessorgski moet U er zelf wel even bij denken), er af en toe eens eentje aan te klikken. U zult zien dat zo’n beeld tot leven komt.

Bij het samenstellen van deze tentoonstelling ben ik bewust de hele wereld over gegaan, en het is interessant om te zien hoe zich uit deze beelden het karakter van een land ontvouwt. Amerika, Europa of Rusland: de humor en diepgang zijn onvergelijkbaar. Ik geef toe, de Russen zijn nogal ruim vertegenwoordigd in deze selectie, maar in mijn ogen zijn ze dan ook het allerbeste. Naast grootheden als Yuri Norstein en Alexander Petrov ontdekte ik nog talloze andere, ook mij tot voor kort onbekende kunstenaars. Wat een rijkdom! Alleen Nederland laat zich jammer genoeg niet zien. Ik had er de grootste moeite mee om iets te vinden wat er werkelijk toe doet. In weerwil van onze te vuur en te zwaard verdedigde nationale identiteit blijkt Nederland tamelijk karakterloos. Enfin, alle reden dus om hier te lande eens flink te bezuinigen. Op kunst. Op cultuur.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Saturday, 01 Jan 2011 14:50

Het was natuurlijk wel even zwemmen, maar de oceaan van tijd die zich uitstrekt tussen het vorige stukje en nu is uiteindelijk dan toch bedwongen. Kwestie van doorzetten. Voorlopig hou ik het water voor gezien. Benieuwd of ik nog lopen kan.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Thursday, 15 Apr 2010 14:52

“Alleen als hij speelt, is de mens volledig vrij.”

Woorden van die strekking ontsnapten ooit de lippen van de romantische alleskunner Friedrich Schiller. Ze klinken heel aardig, maar wat bedoelde hij er eigenlijk mee? Welnu, in de ‘echte’ wereld moet je vechten voor je hachje, je hebt weinig keus. Ik stel me die toestand voor als een soort Hobbesiaanse oorlog van allen tegen allen. Friedrich Schiller wees op het belang van ritualisering van dit geweld, in de vorm van spel. Je kunt voorkomen dat je elkaar letterlijk de hersens inslaat door er spelregels voor te verzinnen. Het directe wordt op die manier ingewisseld voor het indirecte, en dat maakt het allemaal een beetje draaglijker. Sommige mensen noemen dit beschaving.

Friedrich Schiller ging nog verder. Hij voegde er een element aan toe, en wel het esthetische, zoals hij het zelf noemde. Ook geritualiseerd geweld kan in chaos en anarchie ontaarden, tenzij de mens een gevoel voor schoonheid wordt bijgebracht. Het spel dat Schiller voor ogen stond was dat der Schone Kunst. Dankzij de kunst kan de van zichzelf vervreemde mens weer ‘heel’ worden.

Enfin, heel wilde ik worden, en dus wijd ik mij sinds enige tijd aan het spel. Op 2 maart 2010 meldde ik mij aan op een website die volkomen in het teken staat van geritualiseerd geweld. In deze Fight Club daag je iemand uit voor een gevecht op leven en dood. Volgens de regelen der kunst, uiteraard. Om beurten mag je elkaar een klap geven, totdat één van de twee neergaat. Omdat je alle tijd krijgt om te doen wat je moet doen kan zo’n gevecht weken duren. Normaalgesproken ben ik er in zes tegelijk verwikkeld.

Wie zich weleens afvraagt of ik nog leef kan zich er hier van vergewissen. Ik vind dit spel, deze ideeënstrijd fantastisch. Mijn tegenstanders komen uit de hele wereld, maar omdat ze allemaal dezelfde spelregels in acht nemen, doet het er niet toe of ik ze ook daadwerkelijk kan verstaan of niet. We spreken elkaar in het gevecht, op het bord. Zo kan ik bijvoorbeeld een week lang met iemand uit Nepal bezig zijn. Ik zie hem zijn plannen ten uitvoer brengen, en hij de mijne. We begrijpen elkaar zonder enig woord. Ik dwing respect af door die ene, diep doordachte en wonderschone combinatie, en dan, als het allemaal voorbij is, mis ik hem. Geen gevecht eindigt zonder enig gevoel van spijt.

Als je zo innig contact kunt hebben door het spelen van een spel, dan moet er wel iets waars zitten in de woorden van Friedrich Schiller. Je vraagt je daarnaast af waar en of het spel ooit ophoudt. Is het gesprek dat ik met U of met wie dan ook voer niet ook een spel? We houden ons aan zekere grammaticale en niet te vergeten sociale regels. Aan spelregels, zogezegd. Maar juist door ons aan die regels te houden verkrijgen we een gevoel van vrijheid. Is niet alles spel?

Om deze kwestie wat dieper te onderzoeken ben ik van plan om de ‘echte’ wereld in te trekken. Daar waar men elkaar de hersens letterlijk inslaat. Als de grens tussen het directe en het indirecte ergens gevonden kan worden, dan moet dat wel hier zijn, in Richmond. Ik heb nog een maand om te trainen. Wish me luck.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Tuesday, 06 Apr 2010 19:32

Op een mooie dag, niet eens zo heel lang geleden, zat ik met mijn beste vriend in het slechtste restaurant van Rome. Uitgeput van zo’n slordige tien uur wandelen door de Eeuwige Stad, en bedwelmd door de geur van verhalen die daar als zwerfafval op iedere straat rondslingeren, waren we toe aan een stevige maaltijd en een goed glas wijn. Het toeval bracht ons op het Piazza di Pasquino, alwaar we een pand betraden dat zich op nummertje 81 bevond. Een jammerlijke vergissing.

Een potige kerel die eruitzag als uitsmijter nam de bestelling op. Soep wilden we, en daarna pasta, en doe eens gek, een hele liter wijn. De ober griste ergens een mandje brood vandaan en wierp dat achteloos op tafel. Een moment later zette hij met een klap een karaf witte wijn voor ons neer, zó licht van kleur dat het net zo goed water had kunnen zijn. Eén slok, en ons vermoeden werd bevestigd. De soep volgde razendsnel, en terwijl we onze eerste hap probeerden weg te slikken, stond Rocky Balboa alwéér naast ons tafeltje, dit keer met twee borden spaghetti in de hand. Toen vervolgens bleek dat de pasta met een vleesmes in stukken gesneden moest worden, zo hard was het, knapte er iets. In mijn hoofd.

Ik stond op, er onderwijl nauwlettend op toeziend dat het houten stoeltje waarop ik zat per ongeluk achteroverviel. Het kletterde op de grond, en alle tafels vielen stil. Ik ging vlak voor de gorilla staan en bleek vijf centimeter groter te zijn. Hij daarentegen was breder dan ik, want opgepompt. Hij had acne van de anabolen. Ik mompelde iets, maar zodanig binnensmonds dat hij het niet verstond.

“Come?”, hinnikte the Italian stallion.

Ik verhief mijn stem, en herhaalde de vraag, nu luid en duidelijk: “I said, does he look like a bitch?”, terwijl ik wees op mijn beste vriend, die inmiddels tamelijk geschrokken keek, of tenminste deed alsof. Iedereen in het restaurant hield de adem in. Het Michelinmannetje keek niet-begrijpend. Heel even leek hij te overwegen om de vraag bevestigend te beantwoorden. “No”, zei hij toen.

“Then why you try to fuck him like a bitch?”

Later die avond, terwijl ik mijn wonden likte, probeerde mijn beste vriend mij wat op te vrolijken. Hij kwam met scenario’s van wat we hadden kunnen doen, wat we hadden moeten doen, het een nog hilarischer dan het ander. Ik grijnslachte, legde nog wat ijs op mijn oog en betreurde de gemiste kansen.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Date: Wednesday, 31 Mar 2010 08:05

Het kraakt. “Breedenburg naar Rottumerplaat. Breedenburg naar Rottumerplaat. Jan, ben je daar? Over.” Aan wal een piepjonge Willem Ruis, op het eiland de tomeloze Jan Wolkers. Twee, hooguit drie keer per dag hebben ze even contact, met de mobilofoon – “over” – de rest van de tijd is Jan Wolkers alleen, net zoals Godfried Bomans een week eerder. Maar wat een contrast! Bomans, die maar bleef jammeren over de harde wind die het zeil van zijn tentje zo deed klapperen, en Wolkers, die naakt het eiland op en neer beent en haast struikelt over zijn woorden als hij vertelt wat hij allemaal heeft gezien en beleefd. Je kunt niet anders dan van hem houden.

Het is 2010, en ik luister naar stemmen van voor mijn geboorte. Levende stemmen van inmiddels dode mensen. En zo stap ik buiten de tijd, op mijn eigen eiland. Alleen is er niemand die mij roept: “Mike, ben je daar? Over.”

Laatst vond ik een cassettebandje, met daarop alweer een stem uit het verleden. Een jongetje van een jaar of acht had zichzelf opgenomen. Ik ontroerde me, toen ik mij hoorde. Mijn kleine zelf sprankelde van geestdrift, en vertelde honderduit. En dan zijn lach! Hoog en schaterend. Dat jongetje lachte de toekomst uit. Ik kan nog veel van hem leren, bedacht ik me.

Over mij. Bovenaan deze pagina prijkt het woordje over. Het had een link moeten zijn, maar dat lukt steeds niet. Keer op keer probeer ik het. Maar zodra ik mezelf in woorden dreig te vangen, vecht ik me weer los. Zo ben ik niet. Ik kan je niet vertellen wie ik ben, dat kun jij beter. Ik wil je niet laten zien wat ik doe, ik wil dat je kijkt. Mijn leven verdient een verslaggever. Alleen op een eiland, maar Willem Ruis is niet meer.

Author: "mike" Tags: "alles"
Comments Send by mail Print  Save  Delicious 
Next page
» You can also retrieve older items : Read
» © All content and copyrights belong to their respective authors.«
» © FeedShow - Online RSS Feeds Reader