» Publishers, Monetize your RSS feeds with FeedShow: More infos (Show/Hide Ads)
Als ik ziek ben, dan doe ik het meteen goed. Dinsdagochtend kreeg ik te horen van de dokter dat ik een combinatie van de griep en een blaasontsteking had. Waarschijnlijk was mijn weerstand tijdelijk geheel onbestaand en had ik dus alle mogelijke infecties en andere dingen die ik kon oplopen, opgelopen. Er zijn fijnere dingen, geloof me vrij.
En dus bracht ik de afgelopen dagen voornamelijk al slapend door. Een uurtje lezen werd vaak gevolgd door twee uur slapen. Zo een toestanden en nu is het zo dat ik daar wat ambetant van word. Ik moet bezig kunnen zijn met mijn handen op een toetsenbord, met een potlood of met naald en draad. Als dat niet gaat, dan word ik langzaam maar zeker zot. Dus op de momenten dat het wat beter ging en dat ik niet aan het slapen was, besloot ik iets te doen met mijn overschotjes vilt. En zo kwamen deze magneetjes tot stand. Eenvoudig en snel klaar en ook makkelijk te maken in bed. Yeah. Een mens moet zich met iets bezig houden he?

Het gaat intussen weer wat beter. De blaasontsteking is godzijdank al gedaan. Dat was de eerste en hopelijk ook de laatste keer in mijn leven. Ugh. De griep hangt nog wat in mijn lijf en vooral de keel en maag doen nog wat moeilijk. Ik kan weer wat achter de computer zitten, wat ook weer een stap vooruit is. Intussen ga ik nog wat sloten thee drinken en hopen dat ik na het weekend weer tip top in orde ben.

Vraag me niet hoe Het Vriendje en ik er ooit zijn op gekomen, maar vlak voor we verhuisden, besloten we dat we geen desserts of zoetigheden zouden kopen. Geen tiramisukes, geen ijs, geen koekjes,… Als we iets in die aard wilden, dan moesten we het zelf maar maken. Nu is Het Vriendje een grote fan van roomijs. Geef hem een bak ijs en die is op binnen een paar uren. Dus toen ik in het kookboek van Nigella een recept vond voor roomijs, leek me het een goed idee om dat eens uit te proberen. Om de een of andere redene haalde ik het in mijn hoofd dat dat recept van Nigella misschien toch niet helemaal dat was (sorry Nigella) en ik haalde de goede oude Boerinnenbond kookboek boven. Daarin stond een recept voor vanille roomijs dat je zonder ijsmasjien kan maken (pagina 663 voor de geïnteresseerden
). Dat leek me al iets beter en zo stonden we dus gisteren in de keuken en maakten we ijs.
En die ijs, die lukte begot nog ook, geloof het of niet.
Dus nu hebben we een klein litertje volledig ambachtelijke ijs in onze diepvriezer staan. Lekkere ijs zelfs. Intussen ben ik al plannen aan het smeden voor de volgende lading ijs. Misschien iets in combinatie met vruchten of chocolade of beiden misschien? Een wereld van allerhande mogelijkheden heeft zich weer geopend. Jullie zijn gewaarschuwd.
Het staat al een tijdje in mijn agenda. Tien maart 2010.
De dag waarop ik 9000 dagen oud word.
Negenduizend dagen.
Dat zijn er best wel veel.
En dat verdient ook wel een bloemetje. Of een cadeautje. Of iets om het te vieren. Dus trakteerde ik mezelf op de Nanobundle van MacHeist met daarin het spel Monkey Island. Ik ben geen gigantische spelletjesfreak, maar boy oh boy, Monkey Island, dat is puur jeugdsentiment. Vraag me niet hoe vaak ik die demo heb gespeeld die we hadden. Kwaad dat ik ben geweest dat ik de rest van dat spel niet kon spelen, dat kan je niet geloven. En nu heb ik dat spel dus. Ik kan niet wachten om mijn tanden er in te zetten. Die andere apps, die zijn mooi meegenomen. Tweetie zal zeker gebruikt worden en MacJournal ziet er ook wel interessant uit. De rest heb ik nog niet tot in de details bestudeerd, maar dat komt nog wel.
Hoera!
Een eenmalige verjaardag in maart! Het is eens iets anders.
- Volg de handleiding van Ikea meubelen anders krijg je kasten op je voet en dat doet verschrikkelijk pijn. De blauwe plek die de dagen na het ongeluk je voet siert is ook niet meteen een schoon zicht.
- Over blauwe plekken gesproken: rond mijn linkerknie begint er zich een nieuw sterrenstelsel te vormen bestaande uit blauwe plekken. Vraag me niet hoe die daar komen, maar ze zijn er. Ik en blauwe plekken ook. *diepe zucht*
- Het Vriendje eet een half brood per maaltijd. Ik eet drie sneetjes.
- Pindakaas is verslavend.
- Een auto en een rijbewijs kunnen soms wel eens handig zijn. Vooral als je boodschappen moet doen voor de hierboven genoemde veelvraat. Een trekkerszak van 25L, een vrij grote rugzak en een plastieke doos vastgebonden op de achterkant van mijn fiets kwamen er aan te pas zaterdag om de boodschappen veilig thuis te brengen.
- En dan heb ik het nog niet over de stofzuiger die we met de fiets naar huis hebben gesleurd. Alhoewel dat nog vrij vlotjes ging. Ik ben dan ook zeer goed getraind in het gebruik van snelbinders. Auto. Rijbewijs. Misschien toch eens werk van maken.
- Extreme rommel is niet mijn ding.
- Ons appartement staat boven op een vrij steile heuvel en die steile heuvel gaat mijn dood nog worden. Geen pretje om op te fietsen, wel zalig om naar beneden te sjeeshen.
- Het Vriendje en stof gaan voor geen meter samen. Dat wist ik al wat langer, maar nu is het nogmaals zeer uitvoerig bewezen. Vandaar dat de stofzuiger zeer noodzakelijk was.
- Sommige dingen smijt je best gewoon weg. Meteen.
- Zonder internet leven is vrij goed om alles in orde te krijgen in het appartement, maar af en toe iets kunnen opzoeken (bv. een handleiding van een bepaalde kast) zou toch handig zijn
Vroeger was ik een rommelkont. Het gebeurde vaak dat er naast mij op mijn bureau een stapel van een halve meter papieren lag. Tekeningen, cursussen, verhalen, toetsen, taken,… Ik vermoed dat ik daardoor mijn mama wel wat grijze haren heb bezorgd, maar ik was jong en wist niet beter. U weet wel hoe dat gaat. De afgelopen jaren is dat serieus veranderd, dat rommelkont van mij. Ik denk dat ik het ergens tussen IJsland en Amsterdam heb laten liggen. Af en toe maak ik nog wel eens een torentje papieren als het echt niet anders kan, maar na een maand is het dan wel weer gereduceerd tot niet meer dan drie velletjes rondslingerende papieren.
En nu, zo vlak na de verhuis, staan er overal dozen. Ik heb torens gestapeld met dozen. Er staan dozen in de gang. In de slaapkamer. We hebben bijna een fort kunnen bouwen met dozen in onze woonkamer. Ik word daar een beetje zot van van al die rommel. Mijn oude ik, dat rommelkont, had daar waarschijnlijk geen probleem mee gehad, maar boy oh boy, dit gaat mijn huidige ik een beetje te ver. Maar iedere avond trekken Het Vriendje en ik een paar van die gevreesde dozen open en kijken we vol verbazing naar de inhoud. We hebben intussen al hartelijk gelachen om de hoeveelheid pennezakken Het Vriendje bezit en de hoeveelheid kapotte schoenen die we mee verhuisd hebben. Om nog maar te zwijgen over de hoeveelheid plastiek zakjes die ik verzameld heb.
Iedere avond, na nog zo’n intensieve opruimsessie, zie ik dat er dan weer wat minder rommel staat en iedere avond merk ik dat het allemaal wel in orde zal komen. Ooit zal er wel eens een einde komen aan die rommel en de kartonnen dozen en dan gaan we een gezellig appartementje hebben. Ooit. Ik laat jullie wel weten wanneer het zo ver is.
En oeeeeeh! Alice in Wonderland gaat wel gedraaid worden in de bioscopen in België. Hoera voor Disney! Hoera voor de bioscopen! Hoera voor gerechtigheid! Dit geheel terzijde.
Schreef ik in september tijdens mijn woede uitbarsting over Kinepolis Leuven:
Hoe in fokking godsnaam kunnen ze een film van een van de grootmeesters der film van onze tijd niet spelen?! HOE? En gaan ze het ook in hun kop halen Alice in Wonderland niet te spelen?
En blijkbaar is het zover. Ze hebben het in hun kop gehaald die film inderdaad niet te draaien. Toch tot verder overleg met Disney. Ik begrijp waarom de bioscopen deze film willen boycotten. Er is een afspraak tussen de bioscopen en de filmstudio’s dat er een bepaalde tijd, vier maanden om exact te zijn, tussen de bioscoop release en de dvd release moet zitten. Zo kunnen de bioscopen genoeg winst uit de film halen, maar moeten mensen niet te lang op hun honger zitten wachten om de dvd te kopen. Mooie overeenkomst. Iedereen blij. Als Disney dan opeens zegt: “Naah, we gaan Alice al over drie maanden op dvd uitbrengen,” dan kan ik er inkomen dat Kinepolis en andere bioscopen hun middenvinger opsteken en hen welgemeend “fuck you” zeggen.
Maar dat maakt mij niet minder kwaad. Alice in Wonderland! Een van de filmspektakels waar ik al maaaaaanden naar uitkijk, gaat hoogstwaarschijnlijk niet gedraaid worden in de Belgische bioscopen. Tenzij Disney toch nog toegeeft (please? pretty please?). Daarom ga ik dat pareltje van favoriete filmmaker niet kunnen bewonderen op groot scherm. In Frankrijk respecteert Disney de vier maanden wel… dus ik denk dat ik binnenkort eens een reisje naar… bwah… Parijs of zo ga ondernemen. Maar in Frankrijk dubben ze zeker nog steeds film? Of hebben ze daar intussen al de ondertiteling uitgevonden?
Dus als u mij nu excuseert, ik ga mij wat afreageren door nog wat spullen in dozen te gooien. Er zijn er al 10 ingepakt. Ongelofelijk wat een rommel een mens allemaal verzamelt, zeg!
Stap 1: de sleutels. Check.
Nu nog al mijn rommel bij elkaar zoeken, die rommel in een duizendtal dozen proppen en die duizendtal dozen dan verhuizen. Yup. Het gaat weer een leuk weekje worden. Als het hier eventjes stil is, u weet waar ik mee bezig ben.
Ik heb zo de neiging ziek te worden als er iets belangrijk te gebeuren staat. Je weet wel, eindexamens, kerstfeestjes, mijn eerste communie,… En nu is het weer van dat. Dit weekend gaan we de sleutel krijgen van ons appartement. Wie krijgt donderdag opeens een aanval van maag-darmontsteking, buikgriep achtige toestanden? Jawel. Moi. Ikke.
Op de koop toe heeft Het Vriendje het ook zitten. Bij hem is het donderdagavond begonnen. Heb ik hem besmet toen ik hem twee minuten zag op weg naar huis donderdag of hadden we allebei dat beestje al in ons systeem zitten, dat blijft de vraag. Hij heeft het wel wat erger zitten. De arme schat. Maar we bijten door. Morgen steken we ons vol met immodium en motilium en dan gaan we er voor. Dan gaan we die sleutel halen en niemand of niets, zelfs geen buikgriep, zal ons tegen houden.
Het was lang geleden, zeer lang geleden zelfs, dat ik nog eens een kledingwinkel was binnengelopen, vervolgens iets van de rekken had gehaald en daarmee naar de paskamer was gelopen. Ik kan me het laatste kledingsstuk dat ik heb gekocht zelfs niet meer herinneren. “Shoppen” staat bij mij gelijk aan boeken kopen en daar eindigt het meestal. Oh ja, en knutselspullen natuurlijk, maar toch voornamelijk boeken. Dus daar stond ik gisteren in de H&M, niet bij de gewone collectie, maar bij de iets chiquere collectie. Daar ga ik altijd wel eens een blik werpen om te zien of er geen mooi jurkje of fijne flodderbroek hangt.
En plots zag ik een ballon jurkje. In heel mijn leven heb ik nog nooit zo’n jurkje aan gehad en ik had geen idee of ik daar wel mee zou staan, maar ach, passen kan geen kwaad. Dus trok ik me terug in een van de paskamers en trok mijn kleren uit. Mijn boots hield ik aan (ja, ik kan mijn broek, zo een bovenvernoemde flodderbroek uit de H&M, uittrekken zonder mijn schoenen te moeten uitdoen
). Ik liet het jurkje over mijn hoofd glijden en bekeek het resultaat in de spiegel. Mijn eerste reactie? Een bravere, meisjesachtigere versie van Tank Girl, toch zo, met die boots er onder. Tot mijn verbazing had ik een taille. Mjah, eigenlijk is die er altijd, maar ik vergeet steeds weer dat ik die heb en de ballonvorm van het rokgedeelte verborg alle mankementjes een beetje in de heupregio. Yeah. I like.
Maar de bovenkant. He bah. Laten we het zeggen zoals het is, mijn bovenarmen zijn een van mijn vetopslagplaatsen. Vraag me niet hoe dat komt, maar zelfs in tijden van véél baantjes trekken in het zwembad, blijven ze een en al flubber. Het Vriendje noemde ze tijdens onze eerste date “mama-armen”. Ik heb het hem vergeven, maar vergeten doe ik niet. Oh nee. Intussen leunt hij wel graag tegen die mama-armen van mij omdat ze zo lekker zacht zijn. Jaha. Tsss. Soit. De bovenkant van het jurkje was zeer weinig flatterend. Alles behalve flatterend zelfs. Op de koop toe komt daar nog eens het brede-schouder-probleem bij kijken. Diepe zucht. Ik moet als het op bovenstukken aankomt altijd een maat hoger nemen, omdat ik breder ben op mijn schouders dan de gemiddelde maat 38. De rest van mijn bovenlichaam heeft er geen problemen mee, heel het stuk van de buik tot aan de borst past perfect, maar mijn schouders, oh boy. Maat 40 was dan nog afgrijselijker aan de bovenkant. Deuken en plooien die er niet moesten zijn, een beha die langs de armgaten kwam piepen,… Ik heb een vermoeden dat ik gewoon de onbestaande maat 39 ben.
Maar dat rokje en die taille…
Maar die bovenkant…
Maar dat rokje en die taille…
Maar die bovenkant…
Zucht.
Met pijn in het hart hing ik het jurkje terug op de kapstok om het vervolgens terug in het rek te hangen. Het leven, het kan hard zijn als je niet een of ander model bent met de gemiddelde maten. Of normaal gevormde bovenarmen. Langs de andere kant, nu heb ik er weer een reden bij om zelf mijn kleren te leren maken. Ha! HA! Als u mij dan nu wil excuseren, ik ga op zoek naar een patroon voor een ballon rokje. En een leerboek kleren naaien. En een pakketje eindeloos geduld om patronen over te tekenen.
Al een paar dagen zit ik hiermee. Dan kom ik thuis na een lange werkdag en zit ik toch nog vol ideeën. Dan ga ik het lijstje in mijn hoofd af. Wat kan ik vanavond doen?
Tekenen. Veel tekenen.
Een handtas maken.
Of die ene knuffel die ik al zo lang wil maken.
Een film kijken.
Kladderen met verf.
Een honderdtal pagina’s lezen in dat ene boek.
Misschien een nieuw design maken voor mijn blogje.
Mij nog eens aan Kleintje zetten.
Cupcakes maken. Yeah.
Een smoothie gaan drinken bij een vriendin.
Schrijven. Ooh ja, werk maken van dat boek dat ik graag wil schrijven.
En uiteindelijk komt het altijd op hetzelfde neer. Dan zet ik mij voor mijn computer, begin ik doelloos rond te surfen, kijk ik naar de dingen die anderen hebben gemaakt, de tekeningen, de tassen, de knuffels en vervloek mezelf dat ik niet zo goed kan tekenen of naaien. Dan lees ik de verhalen die anderen hebben geschreven en vraag ik me af waarom ik geen geweldig plot kan bedenken. Of zoek ik recepten op die ik niet opsla omdat ik denk dat ik ze toch nooit tot een goed einde zal brengen. Dan staar ik ettelijke minuten aan een stuk naar een lege file in Photoshop en bedenk ik me dat ik misschien toch niet zo heel erg creatief ben.
Potdekke, dat moet maar eens gedaan zijn. Geen computer meer voor mij vanavond! Pfff… alsof acht uur op een dag achter een computerscherm zitten nog niet genoeg is.
Maar eerst nog even dit blogberichtje afwerken. Uiteraard.
Ahum.
Tijdens het nieuwjaarsetentje met het werk enkele weken geleden, haalde een collega Look both ways van Debbie Millman boven. Ze was er zelf zeer enthousiast over. Een collectie vlot geschreven essays die prachtig zijn vorm gegeven. Hoe zou je zelf zijn? Ik bladerde er toen door en zag dat het goed was. Ik vroeg die collega mij dat boek door te spelen eens zij het uit had gelezen en zo stond ze vorige week vrijdag aan mijn bureau met de woorden: “Amaai, gij gaat dat een kweeni hoe goed boek vinden,”. En daarin had ze meer dan gelijk.
Dat het boek vlot leest, dat spreekt voor zich. Een treinrit en ik had acht van de twaalf essays verslonden. Ik had mijn ogen uitgekeken op de kleine details. Ik had gegrinnikt, diep gezucht en ik had het gevoel de schrijfster een beetje beter te leren kennen, hoewel ik voordien nog nooit van haar had gehoord. En bovenal herkende ik mezelf zo goed in hetgeen ze schreef, de keuzes die gemaakt moeten worden, de kansen die gegrepen worden of net aan de kant worden geschoven, de voorliefde voor alles wat grafisch en mooi is,… Het is een beetje als een blog lezen, zo komen de essays over. Ze zijn persoonlijk, met veel liefde neergepend, in mooie letters, wilde letters, geborduurde letters,…
Het is een pareltje. Een pracht van een boek. Zo eentje dat je in je boekenkast wil hebben staan, gewoon, om heel af en toe open te slaan en een van de essays te lezen of er door te bladeren om je te vergapen op de creativiteit die van ieder blad af springt. Binnenkort toch maar eens mijn eigen exemplaar bestellen.
Een van onze prioriteiten als het op ons appartementje aankomt is toch wel een bed. Een goed, ruim bed met een matras waarin je wegsmelt. Momenteel is mijn slaapcomfort ver te zoeken. Ik heb mijn bed enkele maanden geleden uit elkaar gevezen omdat het bij iedere beweging kraakte en piepte. Serieus. Het leek alsof het einde van de wereld was aangebroken als ik me even op mijn zij draaide. Dus schakelde ik over op mijn lattenbodem en matras. Dat is een verbetering, maar blijkbaar is mijn matras toch niet helemaal dat. Oh nee, meneer.
De matras waarop ik slaap is een aankoop geweest van de zus en toen zij ging samenwonen met haar man, kwam die matras op mijn bed te liggen. Ik heb geprotesteerd. Dat mijn nek pijn deed. En mijn rug. Waarop er mij werd gezegd het toch even te proberen. Mijn oude matras was toen intussen verdwenen en er was dus niet echt een andere optie meer. Dus leerde ik leven met een belachelijk harde matras. Zo eentje die de gemiddelde mens rugpijn bezorgd. Mij dus ook. En ik ben die rugpijn nu wel een beetje beu.
Dus zijn Het Vriendje en ik op zoek naar de beste oplossing, maar we moeten de financiën uiteraard ook een beetje in het oog houden en boy oh boy, is dat even moeilijk, want er worden ons allerhande extravagante prijzen naar het hoofd geslingerd. Een ergonomische lattenbodem? Een goede matras? Ik heb me al heel wat hoedjes geschroken de afgelopen weken. Goed, je moet er iets voor over hebben, maar het is niet de bedoeling dat je daarna volledig blut bent.
En dus pieker ik ’s avonds als ik in mijn bed lig, op die harde matras, over bedden en matrassen. Dan droom ik weg over die ene topper die zo aanvoelde alsof ik in een bed ergens in een vijfsterrenhotel aan het slapen was of over die ene matras waarbij het leek dat je op een wolkje lag. Toppers, lattenbodems, boxspringen, latexmatrassen, pocketveren,… Ik heb er even genoeg van, maar uiteindelijk gaan wij keuzes maken, goede keuzes, en dan gaan wij slapen als roosjes. Roosjes zeg ik u!
Cijfertjes en ik, wij zijn nooit al te beste vrienden geweest. Ik durf ze namelijk al eens omdraaien en in een verkeerde volgorde lezen. Ze hebben daar een mooie naam voor, een die ik altijd vergeet. Maar af en toe komt er een klein austistje in mij naar boven en die moet ik voeden met cijfertjes, omdat cijfertjes nu eenmaal voorspelbaar zijn. Een week geleden ontdekte ik zo via Aardling z’n blog dat je via WolframAlpha kan spelen met je geboortedatum. Of andere data. En boy oh boy, heb ik mij er al mee geamuseerd.
Ik ben blijkbaar geboren op de 200ste dag van het jaar en meestal verjaar ik ook op de 200ste dag van het jaar, tenzij het een schrikkeljaar is.
Er zal op mijn verjaardag 15uren en 55minuten daglicht zijn, hoewel ik vermoed dat dat niet overal op deze aardkloot hetzelfde is.
Ik ga verhuizen op de 60ste dag van het jaar.
Ik moet nog 24 dagen wachten tot ik kan verhuizen. Yup. We zijn aan het aftellen.
Dat zijn nog 16 werkdagen. ZES-TIEN.
Ik ben exact 759 dagen ouder dan het Het Vriendje oftewel twee jaar en 29 dagen.
En de leukste van al: op 10 maart 2010 word ik exact 9000 dagen. Ik ben van plan dat op de een of andere manier te vieren. Cadeau’s zijn uiteraard ook altijd welkom.
Tot zover deze geheel nutteloze blogbijdrage. Deel gerust ook uw cijfertjes.
Als kerstcadeau kreeg ik van de mama en de papa een kookboek. Ik had de algemene term “kookboeken” opgeschreven, omdat ik de afgelopen maanden wel een keer een experimentje durf wagen in de keuken en een kookboek kan bij experimentjes wel eens van pas komen. Ik vermoed dat papa de uiteindelijke keuze heeft gemaakt. Ik kreeg “Nigella Express” van Nigella Lawson. Hoera! Een kookboek van Nigella, de koningin van de chocolade!
Ik kreeg spontaan een flashback naar die ene avond ergens in mei 2004, toen ik samen met mijn IJslands gastbroertje voor de televisie zat en we allebei watertandend toekeken hoe Nigella zomaar een heerlijke chocoladetaart tevoorschijn toverde, alsof het niets was. Zodra de gastmama thuiskwam klampten we haar aan en smeekten we om alsjeblieft een chocoladetaart te maken. We slaagden in onze opzet en hadden de volgende dag een heerlijk dessert.
“Ja, die Nigella doet mij een beetje aan uw kookstijl denken,” liet mijn papa zich ontvallen nadat ik mijn kerstcadeau had uitgepakt. Ik keek hem even bedenkelijk aan en vroeg hem wat hij daarmee wilde zeggen. Het kwam er op neer dat mijn kookstijl misschien wel een keertje chaotisch en uhm… rommelig zou zijn of snel snel. Ik weet zijn exacte woorden niet meer, maar het was toch iets in die aard. “Wat weet papa nu van mijn kookkunsten? Die heeft nog nooit iets gegeten dat uit mijn potten en pannen is gekomen,” dacht ik en wuifde het allemaal weg.
Tot maandag. Op maandagen zit ik namelijk altijd met de vraag “wat ga ik eten vanavond?“. Dan durf ik een dik uur door het huis te dwalen, de kookboeken van de huisgenoten onder handen te nemen om dan uiteindelijk te besluiten dat ik gewoon een hamburger ga eten of zo. Niet deze maandag. Oh nee. Ik nam de Nigella Express erbij en bladerde er door. Heel even kwijlde ik over de foto’s van de chocolademousse, maar uiteindelijk vermande ik mezelf en bladerde ik verder, tot ik het recept voor chili con carne tegenkwam. Het zag er eenvoudig en lekker uit, behalve dan de bonen. Ik haat bonen. Met een passie. Ik heb er een overdosis van gegeten toen ik klein was en nu wil ik er geen meer zien, ruiken of proeven. Toch besloot ik dat gerecht te maken. Mét bonen.
Ik ging gezwind naar de supermarkt en kwam tot de ontdekking dat ze de helft van de ingrediënten niet hadden. Kidneybonen of bruine bonen? Nope. Toch niet in blik. Of in glas. Of wel keek ik verkeerd. Dan maar witte. Chilisaus? Niet te bespeuren. Dan maar sambal oelek. 95% rode pepers, dat moest wel genoeg zijn. En maïs leek me ook iets logisch om er aan toe te voegen. Ik assoscieer maïs met Mexico en chili con carne is mexicaans… dus… het was een logische redenering. Onderweg naar huis besloot ik aan mijn chili ook nog een kwak barbecuesaus toe te voegen, want dat zou alles een extra dimensie geven.
En terwijl ik aan het koken was, terwijl ik die onorthodoxe kwak barbecuesaus bij de pruttelende inhoud van de wok kapte, drong het tot me door dat dit hetgene was wat mijn vader bedoelde. Ik kan geen recepten volgen, ik tweak ze meteen. Ik volg de grote lijnen en voor de rest ben ik mijn eigen chaotische ik. Er worden allerlei dingen bij gekapt die er eigenlijk niet bij horen. Conclusie van het hele verhaal: mijn papa had gelijk (maar hebben ouders dat niet altijd?) en ik heb een beestig recept voor chili con carne à la Kathleen (het moet nog wat getweaked worden, maar het was wel al beestig goed).
Be sure to wear some flowers in your hair.

Niet dat ik binnenkort naar San Francisco ga, jammergenoeg, maar ik heb wel een bloem gemaakt om in mijn haar te steken. Het was ontzettend gemakkelijk om te maken en het was klaar in een twee drie. Wat wil een mens meer? Ik heb organza gebruikt en nog een uhm… witte, blinkende stof. Nu nog een manier vinden waardoor de randjes van de organza niet uitrafelen. Zou de truc met de doorzichtige nagellak daar ook op werken?
Tijdens het laatste kerstfeest van vorig jaar, wat gisteren plaatsvond, liet ik de familie trots de foto’s zien van onze nieuwe stek. We wonen er nog niet, maar ik had voor alle zekerheid de foto’s van immoweb geplukt zodat de nieuwsgierige ouders, zussen en broers, tantes en nonkels konden meegenieten. Het was toen dat plots een van die tantes de uitspraak deed: “Gij hebt toch al veel verhuisd hé?”. En ik kan haar daarin geen ongelijk geven. Het begon allemaal in het jaar onzes heeren 2007. Een overzicht.
Maart-April 2007: Surinameplein, Amsterdam.
Mei-Juli 2007: Ouderlijk huis
Augustus-September 2007: Anton Petershof, Amsterdam
September-Oktober 2007: Pieter Langendijkstraat, Amsterdam
November 2007: Ouderlijk huis
December 2007-Juli 2008: Tiensestraat, Leuven a.k.a. de oranje studio
Juli 2008-Maart 2010: Redingenstraat, Leuven
En dan in maart verhuis ik weer. Ik geef toe, een toestand als in 2007 zal ik niet snel meer meemaken en misschien maar goed ook. De komende drie jaren ben ik wel van plan om samen met Het Vriendje in dat apartement te wonen dat we er hebben uitgekozen, maar ergens in mijn achterhoofd vormt er zich langzaam maar zeker een plan om opnieuw te verhuizen. Deze keer niet binnen België. Grootse plannen, dat zijn het nog. Eerst even hier settlen en zien hoe dat gaat. Daarna kunnen we weer verder.
En de winnaar van de veiling van een monster voor Haïti is geworden:
Anne-Catherine!
Je hebt een mailtje ontvangen met daarin meer informatie.
Voor de andere die ook geboden hebben, maar niet gewonnen hebben, bedankt!
De eerste keer dat ik over dit boek hoorde, was toen ik door de boekskes aan het bladeren was bij de mama thuis. Ik ben niet zo een grote fan van de boekskes, alles behalve eigenlijk, maar als ik bij de mama op bezoek ben, dan blader ik wel eens door de Libelle. Bij de boekenrubriek kijk ik dan even rond wat er allemaal wordt aangeraden en in een van de Libelles van de afgelopen weken stond dit boek. Iets over een dokter die maagdenvliezen herstelde. Dat klonk veel belovend, dus zette ik dat boek op mijn “te lezen” lijstje. Voor ooit een keertje, als ik hem eens tegen kwam in de bib. Ooit kwam er sneller dan verwacht. Nog diezelfde week, toen ik langs ging bij de bib, ontdekte ik het boek toevallig. En het was een zeer aangename vondst.
Dokter Jazz van Stine Jensen gaat voornamelijk over de aantrekkingskracht tussen het Westen en het Midden-Oosten. Het boek is opgedeeld in vijf hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk besluit Dolly Laudrup, een redactrice met een vurige pen, meer te weten te komen over het leven van haar overleden oom Mads. Mads Laudrup hield er namelijk naast zijn praktijk als neus-keel-oor specialist ook nog een praktijk in het herstellen van maagdenvliezen. In de volgende hoofdstukken worden drie aparte verhalen aan elkaar gewoven. Het eerste verhaal is dat van Mads die naar Saoedi-Arabië trekt om daar als arts te gaan werken. Dit verhaal loopt dan weer verder in het verhaal van Selma, een nogal hartstochtelijke vrouw met een zwak voor mannen uit het Midden-Oosten en dan is er nog Kader, een Egyptische immigrant die zijn jonge vrouw verdenkt van vreemdgaan.
Al die verhalen worden verteld op een zeer beeldende en verfijnde manier. Het is zeer meeslepend geschreven, zodat je er moeite mee hebt het boek opzij te leggen. Als lezer wil je weten hoe die verhalen met elkaar verbonden zijn. Je wil weten hoe alles in elkaar zit. En langs de andere kant merk je ook dat Jensen haar research over de verschillende culturen en godsdiensten zeer goed heeft gedaan, waardoor alles geloofwaardiger is. Je weet ook nooit helemaal goed wat fictie is en wat auto-biografisch is, want blijkbaar zouden er wel degelijk delen van het boek auto-biografisch zijn. In ieder geval, Jensen weet hoe ze een verhaal moet vertellen en hoe ze moet schrijven. Dit boek is zeker een aanrader en vergeet tijdens het lezen zeker niet eens een van de genoemde jazz platen op te zetten. Dat geeft meteen een heel nieuwe dimensie aan het boek.
En hieronder een van mijn favoriete stukjes uit het boek. Genoten heb ik van dit stukje.
Hoewel ik in mijn werkkamer thuis uitkijk op een blinde muur, weet ik van een kookboek echt iets heel leuks te maken. Ik doe er een zongedroogd tomaatje, een ovenverse baguette of een vers takje munt bij. Thriller? Ik let op de schakering van het bloed dat vloeit. Bloedrood. Goudrood. Bruinrood. Als het moordwapen een pistool is, voeg ik het merk toe: FN P90, Stengun, UZI. Op het vliegveld? Vergeet niet het rennen naar de gate! D19 of B8 en het type vliegtuig (Boeing 747) en de klasse (Economy Extra). Een slachtoffer? Bloed komt beter tot zijn recht op blondines… Spanning? Dan zorg ik voor een achtervolging op een indrukwekkend monument: de piramides in Egypte, het Washington Monument in South Dakota, de huizen van Gaudi in Barcelona. Huilt een personage? Dan wil ik weten of tranen langs wangen rollen, glijden, druppelen of biggelen. En lacht een personage, dan hoor ik of het zachtjes grinnikt, hysterisch uithaalt of vrolijk schatert.
Ik ben dol op erotische proza! Voor geilheid geldt een eenvoudige regel: wees met cupmaten niet te zuinig. Ik blaas ze graag een maatje op, van C naar D. Benen zijn zo lang als de Eifeltoren, hakje wordt stiletto. In opwindend proza zijn de rokjes op heuphoogte. Vrouwen bedien ik graag met de klassieke mannelijke schoonheid: licht gebruind, het gespierde bovenlijf van een zwemmer, een gebeeldhouwde penis met passende ballen, goed gekleed en vloeiend in minstens vier talen (Frans, Perzisch, Oxford British en Italiaans).
Boeken die zo geschreven zijn, die zijn er om te koesteren.
Zoals iedereen intussen wel weet, schudde de aarde nogal hevig op 12 januari in Haïti. Zo hevig dat heel wat mensen stierven, dakloos werden en heel wat kinderen hun ouders verloren. Er zijn al heel wat grote acties op touw gezet en er zijn al miljoenen euro’s ingezameld. Hoewel ik 12-12 een goed initiatief vind, heb ik altijd mijn vragen of dat geld wel terecht komt bij diegene die het het meest nodig hebben. Dit weekend zag ik een papier uithangen in vele winkels in Lier over het opvanghuis Mamosa van Lierenaar Jan Hoet (what’s in a name, right?). Nu dat is een project dat wel wat centjes kan gebruiken.
Dus. Ga ik een knuffel veilen. Het geld wordt integraal gestort op de rekening van Mamosa en dan maar hopen dat ze hun werking kunnen verder zetten.
Monster? Welk monster?
Het gaat om dit paarse monster. Gemaakt uit vilt en ongeveer 28cm hoog. De breedte… uhm… *neemt meetlint* met zijn armpjes open… ook 28cm. Dames en heren, we hebben hier te maken met een, jawel, vierkant monster.

Hoe gaat het in zijn werking?
Als je geïnteresseerd bent, dan laat je hieronder in de comments het bedrag achter dat je wil geven. Een beetje zoals in Ebay, maar dan in de comments. We zien wel hoe het loopt. Alleen serieuze biedingen als het kan. Oh wee de grapjas die 10.000€ schrijft. Die zal ook 10.000€ geven. Al moet ik u opzoeken in Oezbekistan. Soit. Bieden gaat tot zondagavond 31 januari 2010 tot 20u. Achteraf neem ik contact met je op, dus laat zeker een e-mailadres achter, en dan stuur ik je het monster op. Zo eenvoudig is het.
Startbod
Ik heb besloten toch maar even een startbod in te voeren zijn 4€. Vraag me niet waarom 4€, maar het is 4€.
Hebben we nog niet genoeg gestort?
Waarschijnlijk heeft iedereen al heel erg zijn best gedaan. We hebben allemaal als gekken sms’jes zitten sturen naar radio 12-12 en massaal gekeken naar de televisiebenefiet. De bedragen die we hebben ingezameld zijn echt… jawdropping. Waarom opnieuw centen naar Haïti sturen? Tsja. Ze hebben het nodig. En hey, je krijgt er een cool monster voor in de plaats als je hier meedoet aan de veiling. Wat wil je nog meer?
Dus.
Ready? Set. GO!
En omdat ik jullie al de romslom met huurwaarborgen, verzekeringen en andere toestanden bespaar, een alpaca! ‘t Is eens iets anders.









